Table of Contents Table of Contents
Previous Page  98 / 140 Next Page
Basic version Information
Show Menu
Previous Page 98 / 140 Next Page
Page Background

Njassaparkiet - Agapornis lilianae

Serengeti Nationaal Park - Seronera

Serengeti buffels

Serengeti Nationaal Park

Eén van de grootste troeven van Tanzania is ongetwijfeld Serengeti Nationaal Park. Dit schitterende natuurpark staat bekend als 'De plaats van eindeloze vlaktes' en

beroemd vanwege de jaarlijkse grootste migratie van dieren (gnoes, zebra en Thomsongazelle) in heel de wereld. Het hele jaar door is er een gezonde concentratie aan

wilde dieren te zien. Toch kunnen we er niet onderuit en moeten we toegeven dat bij de gedachte aan de Serengeti er meteen maar één fenomeen meteen naar boven

springt, de grootste migratie van wilde dieren op deze planeet. Meer dan 1,5 miljoen blauwe gnoes, of wildebeest, gevolgd door 500.000 Thomsongazelle en Grant

gazelle, en maar liefst 200.000 zebra's. Ze maken allen een jaarlijkse tocht van 2.000 kilometer en dit enkel en alleen om op zoek te gaan naar vers gras en drinkwater,

maar tegelijkertijd ook een plek om te kalveren. Ze worden daarbij op de hielen gezeten door carnivoren, zoals leeuw, luipaard, cheeta en hyena, of vallen ten prooi aan

honger, dorst, uitputting of geraken in de val van krokodillen of worden vertrappeld en gedood door nijlpaarden. Niet meteen de leukste opdracht, maar wel eentje die

reeds generatie op generatie wordt verder gezet. Het grootste gedeelte van die tocht vindt plaats in Tanzania in Oost-Afrika, het andere deel in Kenia.

De Serengeti is Tanzania's oudste en meest populaire nationaal park, een stukje Werelderfgoed en onlangs nog uitgeroepen tot het 7de wereldwonder. Zelfs zonder

enige migratie van dieren is de Serengeti ongetwijfeld het meest spraakmakende nationaal park in Afrika. Het kan haast niet anders, grote open vlaktes, beter gekend

als open savanne gebied, bieden een toevluchtsoord voor grote kuddes buffels, olifanten en giraffen, en duizenden eland, topi, Kongoni, impala, Thompsongazelle en

Grant Gazelle, om er slechts enkelen te noemen. Het spektakel van roofdier versus prooi domineert dit prachtige park van Tanzania. De hongerige carnivoren, zoals

leeuw, luipaard, cheeta en hyena kunnen hier vrijwel dagelijks feesten op de overvloed aan vlaktegrazers. Vlakbij wachten gieren rustig hun buurt af om zo de laatste

restjes te doen verdwijnen.

Terug in de tijd

De geschiedenis van het park gaat terug tot ver voor de 19e eeuw. Toen nog het land van de Maasai, maar door de komst van de Europeanen werden deze land

toegekend in de hedendaagse Ngorongoro Conservation Area. Een groot gebied dat zich rond de beroemde Ngorongoro krater bevindt en in het zuidoosten aanleunt

tegen het huidige Serengeti Nationaal Park. Een runderpest bracht in 1890 slecht nieuws voor de Maasai. Ze verloren een groot deel van hun vee en land. Toen de

Maasai vertrokken uit het gebied, kwam er ook een einde aan stroperijen en overbegrazing. Dat maakte dat de natuur zich weer in haar oorspronkelijke vorm kon

herstellen in een tijdspanne van 30 à 50 jaar. Die tijd bestond ook nog de tseetsee vlieg en dat maakte het vrijwel onmogelijk voor nieuwe inwijkelingen om zich hier te

gaan vestigen. Het was in 1913 dat een Amerikaanse jager, Stewart Edward White, vanuit Nairobi, Kenia, richting Tanzania trok. Toen nog zou hij geen idee hebben

gehad dat ondertussen meer dan 90.000 bezoekers hem nu jaarlijks volgen. Dat had echter allemaal heel anders kunnen zijn geweest want rond 1960 wilde de lokale

overheid de migratie van duizenden gnoes een halt toeroepen door een omheining te plaatsen. Maar de natuur besliste anders en de duizenden gnoes vertrappelde de

omheining en gingen door met hun eeuwenoude migratie. Een grote economische depressie zorgde ervoor dat in de jaren die volgden duizenden olifanten en

neushoorns werden afgeslacht door stropers, die geld wilden maken van de hoorn van beide dieren. Er was geen geld en dus ook geen goed bestuur om de stropers te

slim af te zijn. Rond de jaren '70 van de 20e eeuw kwamen er steeds meer en meer gnoes en buffels in de regio voor. Dat betekende ook dat het risico op branden in het

gebied sterk werd gereduceerd en zo kon de acacia hier weelderig groeien.

Rond 1980 verbeterde de infrastructuur van het park aanzienlijk, mede dank zij gulle giften. Een deftige anti-stroperseenheid werd gevormd. Amper 10 jaar later volgde

een wereldwijde ban in de handel van ivoor en dat maakt dat de populatie olifanten opnieuw kon groeien. Dat stopte echter nog niet de stropers die het gemunt hadden

op het vlees van gnoes, zebra, giraf, buffel en impala. Tot 40.000 dieren werden zo jaarlijks afgeslacht. Daar kwam pas een einde aan nadat de overheid campagnes

lanceerde die de lokale inwoners bewust maakten dat ze verkeerd bezig waren en dat internationale bezoekers nodig waren om te zorgen voor de nodige inkomsten. De

overheid zorgde ook voor corridors, beter gekend als Wildlife Management Areas, waarlangs nog steeds dieren migreren, maar waar er onder toezicht kan gejaagd

worden om te overleven. Heden is er ook een fonds in het leven geroepen. Dat fonds verzamelt geld in via de Tourism Development Levy, te betalen door alle bezoekers

aan Tanzania.

97

www.gozuidafrika.com